Abdij Bloemhof

Zie ook artikel op Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Klooster_Bloemhof

1204
Emo van Romerswerf, neef van Emo van Huizinge, de latere abt van Bloemhof,  sticht op eigen erf een klooster.
Hij maakte een afspraak met het benedictijner klooster Feldwerd, met het doel monniken te werven.
Emo van Romerswerf droeg het benedictijner habijt.
(bron: Kroniek)

1208
Emo van Huizinge komt naar Romerswerf en treedt in.
(bron: Kroniek)

1209
De beide Emo's reizen naar Münster. Daar krijgen ze toestemming van de bisschop van Münster voor de stichting van het klooster te Romerswerf dat Nijeklooster genoemd wordt en om zich aan te sluiten bij de orde van Prémontré, de norbertijnen.
Van de norbertijner abt van Varlar ontvangen beide Emo's het witte kloosterkleed, hun intrede in de orde.
Na terugkomst te Nijeklooster  neemt Emo van Huizinge al snel de leiding over van Emo van Romerswerf. Emo van Huizinge wordt nu proost van Nijeklooster.
(bron: Kroniek)

23 juni 1211
De parochiekerk van Wierum wordt door een meerderheid van de kerkpatroons geschonken aan de norbertijnen van Nijeklooster, met als doel de vestiging van een klooster op de wierde van Wierum.
De schenking wordt betwist door Ernestus, een kerkpatroon die het er niet mee eens was. Hij wordt door de bisschop van Münster in het gelijk gesteld. de kloosterlingen gaan in beroep.
(bron: Kroniek)

9 november 2011
Emo, de proost van Nijeklooster, vertrekt naar Rome om de Paus een uitspraak te laten doen over de rechtmatigheid van de schenking. Hij wordt door de paus in het gelijk gesteld.
(bron: Kroniek)

6 juli 1212
Emo komt terug uit Rome.
Er wordt een minnelijke schikking getroffen met de zoon van Ernestus.
De oude parochiekerk blijft kloosterkerk.
(bron: Kroniek)

1213
Het klooster van Wierum sticht een uithof (voorwerk) in Hora (Garrelsweer, Stadsweg 10).
(bron: Kroniek)

1214
Het klooster te Wierum wordt Bloemhof genoemd.
(bron Kroniek)

1217
De abdij van Prémontré aanvaard de paterniteit over Bloemhof.
(bron: Jansen, 1984)

1219
Marcellusvloed. Grote overstromingen door gebrekkig dijkonderhoud.

Na 1219
Abt Emo neemt initiatief tot oprichting van een zijlvestenij, een organisatie van landeigenaren die de verantwoordelijkheid voor het dijkonderhoud op zich namen, waarbij de lasten zo billijk mogelijk werden verdeeld.
(bron: Jansen, 1984)

23 mei 1225
De kloosterkerk wordt gewijd door de bisschop van Münster. Emo wordt door hem benoemd tot abt en Bloemhof wordt een abdij.
(bron: Kroniek)

1227
De gracht om het klooster wordt voltooid.
(bron: Kroniek)

1228
De koorbanken worden gemaakt.
(bron: Kroniek)

1236
Men start met het bakken van bakstenen voor de bouw van een nieuwe kerk.
(bron: Kroniek)

December 1237
Abt Emo komt te overlijden en wordt begraven in de kapittelzaal van klooster Bloemhof.
(bron: Penning, 2010)

1238
Abt Paulus wordt gekozen en ingezegend.
Hij huurt magister Everhard uit Keulen in om de nieuwe kerk van Bloemhof te bouwen.
Men start met het uitgraven t.b.v. de fundamenten en het leggen van dat fundament.
Het fundament wordt uiteindelijk binnen 5 jaar gelegd.
(bron: Kroniek)

1243
Abt Paulus overlijdt en wordt naast Emo in de kapittelzaal begraven.
Broeder Menko, die toen prior van het klooster was, werd unaniem als opvolger gekozen.
(bron: Kroniek)

7 september 1259
De kerk van Bloemhof werd gewijd door bisschop Christiaan van Litauen in aanwezigheid van Willem, nieuwe, nog niet gewijde bisschop van Münster.
De kerk had 7 altaren.
(bron Kroniek)

1261
Het fundament van de nieuwe kerk voor Rozenkamp werd voltooid. Binnen 3 jaar werden de muren opgetrokken.

28 januari 1262
De wind wakkerde plotseling enorm aan.
Vele huizen stortten in, en de kerktoren van Wierum werd ondanks zijn gewicht van zijn plaats geblazen en de gehele westzijde van het convent stortte in. En een deel van de balken van de houten kerk van Rozenkamp viel naar beneden, en er was een aardbeving, zodat de altaren, die niet tegen de muur stonden, zichtbaar bewogen. En de hevig kolkende zee brak door de dijken heen en de zoute wateren bedekten de oppervlakte van de aarde. En de sluis in de Vismaar (een afwateringskanaal gegraven kort voor 1200 na de verzanding van de Fivel) brak en liep over, en de wateren stroomden in die nacht en nog tijdens vrijwel de gehele dag naar binnen, totdat het gat van de sluis door de koortsachtige arbeid van alle broeders
 van Bloemhof en van de gehele parochie, en bovendien van de inwoners van Woltersum, werd gedicht door palen in de grond te slaan en er stro met aarde tussen te stoppen.
(bron: Kroniek)

3 oktober 1266
De nieuwe kerk van Rozenkamp wordt ingewijd. Zij was met de gewelven, vensters, het koor voor de zusters en alle ornamenten voltooid, namelijk in het vijfde jaar na de fundamentlegging.
(bron: Kroniek)

1276
De kloosterschool wordt verplaatst naar Westeremden.
(bron: Kroniek)

1276
Menko overlijdt.
(Jansen en Janse, 1991)

1283
Outger is abt van Bloemhof.
(bron: Kroniek)

1284
Folkert is gekozen als abt van Bloemhof
(bron: Kroniek)

1289
Volgens de overlevering telden in 1289 de twee kloosters, Bloemhof te Wittewierum en het vrouwenklooster te Romerswerf, zelfs 1000 religieuzen.
(bron: Jansen, 1984)

Klooster Bloemhof te Wittewierum was blijkens de Kroniek van Emo en Menko voortdurend actief met de indijking van de Fivelboezem. Dit deed zij onder auspiciën van het grote zijlvest der Drie Delfzijlen, dat begin veertiende eeuw mede door Bloemhof was opgericht. De Wittewierumer abten waren zonder uitzondering overste scheppers van dit zijlvest.
(bron: Kloosters in Groningen, 2012)

1317 juli 25 (die beati Jacobi apostoli)
Hayco, abt van Floridus Ortus te Werum, vaardigt met de gezworenen een verordening uit over het bedijken van nieuw aangewonnen land te Sande ( = 't Zandt). De akte wordt bekrachtigd door de overheden van Fiwelgoniae.
(bron: Groninger Archieven)

1317 augustus 14 (assumptionem beate gloriose virginis Marie)
Hayco, abt van Werum, en de zes scheppers "Trium Aqueductuum videlicet de Delsilum" stellen rechtsbepalingen vast voor het zijlvest der Drie Delfzijlen.
(bron: Groninger Archieven)


1373
In dit jaar wordt een luidklok gegoten voor het klooster van Wittewierum, deze door Zeghebodeus gegoten klok, hangt nu in de kerktoren van Slochteren
(bron: Feenstra e.a., 2001)

1438 juni 9 (maendages voer Sacramentsdage)
Abt Petrus en de kloosterlingen van Werum sluiten een overeenkomst met de kerspellieden van Slochter over het betalen van schot voor de Slochtrazijl te Delffzile over land, gelegen ten noorden van Katerhals.
(bron: Groninger Archieven)
1450
Tymannus is abt van Bloemhof en Petrus is prior van Rozenkamp. Jacob was pastoor van de parochie Wittewierum.

1464 juli 9 (des maendaghes voer sunte Margaretendach virginis)
Thymannus, abt te Werum, Uneko Ryperden, proost te Loppersum en Fermyssum, Johan Rengers te Schermer, Goesen toen Grave, burgemeester in Groningen, Syso Cassens, hoofdman in Gronyngen, en Egbert Rengers ten Poste, hoofdelingen, rechters in een geschil tussen de ingezetenen van Westeremede, Gershusen en een deel van Rijp en Sant en andere landen, thans afgescheiden van het Wynsummersilvesten, enerzijds en de Drie silvestenen van Dellffzilen anderzijds, doen uitspraak over het uitwateren van die landen in de Delfzijlen en de opneming in het Slochterzijlvest.
(bron: Groninger Archieven)

1468 januari 29 (vrijdages voer unser lever vrouwendach purificationis)
Tye, abt van Werum, overste schepper, proost Unico, schepper van Dorpmenezijlvesten, Johan Renggher van den Poste, schepper van Schermsterzijlvesten en Egbert Rengghers, schepper van Slochterzijlvesten, stellen in opdracht van de scheppers en zijlrechters van de Drie Delfzijlen de voorwaarden vast, waarop aan de abten en conventen van Thesinge en Lutke Aedwerdt is toegestaan een brug (tyl) te leggen "in hoeren wech, myt schotdoeren, daer doer tho varen myt oeren schepen als hun unde oeren cloesteren nutte unde noet mach wesen".
(bron: Groninger Archieven)

1485
De Friese kloosters Mariëngaarde, Dokkum en Oldeklooster waren volkomen in verval geraakt. Het gezag daarover werd voor 10 jaar opgedragen aan Johannes Kempis, de abt van Bloemhof. Dat is een teken dat de kloostertucht daar nog wel degelijk werd gehandhaafd.
(bron: Jansen, 1984)

16e eeuw
Van de Prémonstratenzer kloosters (in Groningen) had Bloemhof het grootste grondbezit, namelijk 2.178 ha.
(bron: Jansen, 1984)

1531 juni 16 (daeges nha Viti et Modestie)
Gerardus Zwollis, abt van Witteweerum, Gerardus, abt van Thesingha, Melchior Rengers te Scharmer, Johann Rengers tenn Poste, Fecko Ompteda upt Zandt, Otto Clandt, hoofdelingen, scheppers van de Drienn Delffsylen; Johannes Steenwijck, hofmeester van de Roedeschoelle, Gerardus, abt van Thesinge, Rodolphus Mepsche, doctor en pastoor van Bedum, Syart Mepsche, hoofdeling, Butto Awlsumma, Peter op Onnemaheerdt, scheppers van Winsummersijl; Johannes Rees, Wilhelmus Grevingen, kelners van Aedewart, Reindt Koeninck, broeder Ede namens het klooster Zelewert, Jacob Sibeltz, Sirp Allersumma, zijlvesten van Aedewarderzijl, sluiten een overeenkomst om de oude rechten en gewoonten van deze drie zijlvesten te handhaven en elkaar te beschermen en te steunen.
(bron: Groninger Archieven)
1531 juli 6 (donderdaags nha visitationis Mariae)
Gerardus Swollis, abt van Wierum, en drie gedeputeerde scheppers van de Delffzijlen, te weten Gerrardus, abt van Thesinge, Johan Rengers, hoofdeling ten Poste en Johan Schermer, pastoor in Colham, doen uitspraak in een geschil tussen de kerspelen Middelbert en Engelbert enerzijds en de beide Harcksteeden anderzijds over sloten die gegraven zijn naar de afwatering genaamd de Borch.
(bron: Groninger Archieven)

1548 juni 28 (avende Petri et Pauli apostolorum)
Gerrardus Zwollis, abt van Werum, Gerrardus Groningen, abt van Tesinga, Jurien van Munster, hoofdeling te Loppersum, Henricus Hasekamp, prior van Schermer, Edtzardt Renghers van den Post, hoofdeling, Menno Hoeuwerda, hoofdeling te Damme, Otto Clant, hoofdeling te Schermer, Balle Frama te Wirdum, Haero Wincken te Damme, Lubbert Ensinck, pastoor te Colham, Iwe in de Hercksteede, Simen in den Seem, Sibrandus te Slochteren, Johan Luetiens te Slochteren, scheppers van de Dren Delffzilen, sluiten een overeenkomst met abdis Wijbbe Buerbancks van Zwolle en het klooster Essen over de voorwaarden, waarop de landen van het klooster mogen uitwateren in het zijlvest der Drie Delfzijlen.
(bron: Groninger Archieven)

1561 september 17
Edtzaerdt Renghers legt ingevolge opdracht van Cornelyo Hermanni, abt van Werum, een verklaring af over hoe hij als daartoe gekozen zijlvest van de Dellefzilen schouw heeft gehouden over de dijken in Oestewolt achter Sydeburen, over de aardhaling tot herstel van de dijken en de daarover ontstane moeilijkheden met de drost van het Oldenambte.
(bron: Groninger Archieven)

1561
Er waren nog maar 3 of 4 kloosterlingen die het niet zo nauw namen met de kloosterregels. Toen de kerk in Nederland gereorganiseerd werd (1959 nieuw bisdom Groningen) moest daar geld voor beschikbaar komen. De abdij Bloemhof werd door de paus opgeheven en de bezittingen gingen naar de nieuwe bisschop.

De laatste kloosterlingen verhuisden naar de stad Groningen en hadden daar een goed leven. Zij kregen een uitkering, eerst als kanunniken en na 1594 als burger.
De laatste abt, Cornelius Hermanszoon, heeft het handschrift met de kroniek meegenomen naar de stad.
(bron: Jansen, 1984)

1563 december 13 (Luciae virginis)
Cornelis Harmanny, abt van Wittewyrum, Gerardus Ahus, abt van Thesinga, Edsard Rengers, hoofdeling in ten Poste, Ballo Froma, hoofdeling in Wirdum, als gekozen en gedeputeerde volmachten van de Dreen Delffzijlen; Johannes Daventriensis, hofmeester van de Roodeschoele, Mello Broersema, hoofdeling in Sandeweer, Reneke Gellema, Johan Hiddinga, als gekozen en gedeputeerde volmachten van de Winsummerzijlen; Theodorus Daventriensis, jonge keldermeester te Adewert, Wolter in den Ham, redger in Aedewert, Hilbrant Gruys, Hayco Froma, als gekozen en gedeputeerde volmachten van de Aedewerderzijlen, sluiten een overeenkomst met als doel het verminderen van de hoge kosten van rechtspraak in hoger beroep.
(bron: Groninger Archieven)
1566
Kloostergebouwen grotendeels afgebrand.
(bron: Jansen, 1984)

1574 september 24
Cornelius Harmannus, gewezen abt van Wittewerum, thans overste schepper, en de scheppers van de Drien Delffzijlen geven de ingezetenen van Farmszum toestemming voor het graven van een schipsloot van de Delfft naar het Farmszummerzilldeep, onder voorwaarde dat zij daar een brug (till) met een schutdeur plaatsen en deze onderhouden.
(bron: Groninger Archieven)

1604
Restanten kloosterkerk worden gebruikt bij de bouw van een protestantse kerk.
(bron: Jansen, 1984)

19e eeuw
Oude kloosterkerk wordt afgebroken en vervangen door een nieuwe protestantse kerk.
(bron: Jansen, 1984)

Voorwerken

Bloemhof had de volgende voorwerken:
't Zandt -> Zandstervoorwerk
Westeremden -> Dydingemonken
Garrelsweer -> Nienhuis of Nijenhuis
Hoeksmeer -> In den Ham
Sint Annen -> Roggenvoorwerk
(bron: Kloosters in Groningen, 2012)

"Te Hemerwolde plagt de abdij van Wittewierum het Roggen voorwerk te bezitten."
"Hemer- en niet Immerwolde"
(bron: Kremer, 1839)

1832
Op de boerderij die vroeger het voorwerk Nienhuis of Nijenhuis te Garrelsweer was (Stadsweg 10), woont ene Willem Jans Nienhuis, landbouwer. Waarschijnlijk heeft Willem Jans of een voorouder de naam van de plaats als achternaam gekregen of gekozen.
(bron: HISGIS)


In het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden van AJ vd AA uit 1840:

   BLOEMHOF, Bloemgaarde of Hortus Floridus, voormalige abdij van Premonstreiter Monniken, in Fivelgo, provincie Groningen, onder Wittewierum.
   Dit klooster had zijnen oorsprong te danken aan zekeren Emo, eenen Leek van Romerswerf, die afscheid van de wereld had genomen, en de kleeding der orde van St. Benedictus, zonder eenige gelofte gedaan te hebben, had aangetrokken. Deze rigtte in het jaar 1204, met toestemming van Otto I, Bisschop van Munster, op zijn landgoed Romerswerf, een kapelletje op. Bij dezen Emo voegde zich in het jaar 1209, zijn bloedverwant, een andere Emo, Plebaan of Priester van het dorp Huizinge, nadat deze zich van zijne pastorij ontdaan had. De beide Emo's begaven zich nu in de Premonstreiter orde en stichtten te Romerswerf een klooster van die orde voor mannen en vrouwen, waarvan Emo, de gewezen plebaan van Huizinge, nu Overste werd. Maar toen in het jaar 1211 de kerk te Wierum (thans Wittewierum), nadat de Pastoor van het dorp Benedictijner Monnik geworden was, aan dit klooster overgedragen werd, bouwde Emo, de Overste, te dier plaatse een nieuw klooster voor de broeders, dat de naam van Bloemhof (Hortus Floridus) verkreeg; terwijl de zusters in het klooster op Romerswerf bleven, dat nu Rozenkamp (Campus Rosarum) en ook wel Nieuwklooster genoemd werd. Beide kloosters stonden onder het bestuur van denzelfden Overste. Het klooster Bloemhof steeg weldra zoodanig in aanzien, dat de Oversten Emo den titel van Abt bekwam, en het klooster alzoo tot enen abdij verheven werd; ook nam het dermate in vermogen toe, dat men, in het jaar 1238, begon eene kerk te bouwen in den smaak van die van Premontré in Frankrijk, welke kerk in pracht en heerlijkheid hare wedergade in deze gewesten niet moet gehad hebben. Door tijdelijke giften van landgoederen en geregtigheden werd de abdij Bloemhof de rijkste in Fivelgo; ook was de abt steeds Voorzitter bij het zijlvest der Drie Delfzijlen. In het jaar 1272 stortte de toren van dit convent door een aardbeving in, en de kerk brandde naderhand af. In het jaar 1561 schonk de Paus de inkomsten dezer abdij aan de nieuw verkozen Kerkvoogd van het destijds opgerigte bisdom van Groningen, en toen in het jaar 1566, de woede der beeldenstormerij ook tot het landschap Groningen was doorgedrongen, werd het in hetzelfde jaar genoegzaam geheel omvergehaald en voorts, na de reductie, op afbraak verkocht.
   De eerste abt Emo heeft eene kronijk, lopende van 1203-12??, nagelaten, waarin niet alleen de stichting dier kloosters verhaald wordt, maar ook de voornaamste voorvallen van zijnen leeftijd. Deze kroijk heet Matheus, in het 2e deel van zijne Veteris aevi Analecta, met het vervolg daarop van Menco, den derden abt van het klooster, en met het verdere vervolg van eenen onbekende, medegedeeld. Deze Ommelander Kronijken, hoezeer hier en daar naar een gebrekkig handschrift, zijn de oudste, welke in de provincie Groningen bestaan, en vandaar voor hare geschiedenis hoogst belangrijk.

(Aa, vd, 1840)